U bevindt zich hier: Schoolgids e.d.
Terug naar: Startpagina
Algemeen:
De jaarfeesten zijn de kleurige kralen aan de lange ketting, die “het jaar” heet en het kenmerkende van deze kralen is hun ritmische plaats in dit snoer. Ritme werkt in een mensen- en kinderleven heilzaam en geeft energie en zekerheid. Door het voorbereiden van de viering van de feesten en het feest zelf ervaart het kind zijn verbondenheid met de natuur.
De vier grote jaarfeesten markeren de seizoenen. Wij wonen in een gebied op aarde, waar deze vier seizoenen duidelijk te onderscheiden zijn en elk ook ongeveer even lang duren.
Dit in tegenstelling tot andere streken op aarde; hoe noordelijker we komen, hoe korter de lente en de herfst duren, tot op de noordpoolcirkel, waar alleen sprake is van een lange winter en heel korte zomer.
De vier seizoenen zijn dus kenmerkend voor de gematigde zones op aarde.
Deze vier seizoenen hadden van oudsher een grote invloed op het leven en werken van de mensen, die dit gedeelte van de aarde bewoonden.
Dit ervaren wij in deze tijd van mondiaal bewustzijn niet zo sterk meer; we zijn veel minder afhankelijk van de seizoenen wat betreft onze dagelijkse wensen en behoeften.
Wat onze stemming betreft, ligt dat echter anders; veel mensen hebben een duidelijke voorkeur voor een bepaald seizoen en voelen zich in het ene jaargetijde beter en tot meer in staat dan in het andere.
Dat is zeker ook aan de kinderen te merken; de knikkers komen pas tevoorschijn, als de vorst wordt geacht, zich terug te trekken en we voelen ons prettig bij een periode “echt” winterweer.
Bij de indeling van de periodes in het hoofdonderwijs houden wij als leraren beslist rekening met de tijd van het jaar; in de laatste weken vóór de zomervakantie kunnen de kinderen genieten van een aardrijkskundeperiode.
Pinksteren.
Na de gebeurtenissen op Goede Vrijdag en de opstanding van Jezus zitten zijn leerlingen bij elkaar en weten niet goed hoe het nu verder moet. Het pinkstergebeuren brengt de nieuwe inspiratie; ze worden bevrijd uit het verlammende gevoel en treden met zekerheid en vol wilskracht de wereld tegemoet, vervuld van de Geest.
Nu wordt de natuur op zijn mooist; de lente is op haar hoogtepunt. Bruid en bruidegom zijn hiervoor een beeld; de aarde tooit zich als bruid om de gaven uit de hemel te ontvangen. De witte duif (of een andere witte vogel) komt in veel sprookjes voor en wijst daar de weg, als de hoofdpersoon het niet meer weet, bv Assepoester en Hans en Grietje.
Om de meiboom wordt gezamenlijk gedanst en gezongen, om te vieren dat niet alleen de individuele mens maar ook de gemeenschap waarin hij leeft blij is met de neergedaalde geestkracht.
De jongere kinderen kleden zich in het wit en het “bruidspaar”zit helemaal in zijn rol. Met overgave nemen ze de linten en dansen rond de meiboom op het schoolplein. De groteren begeleiden hen met muziek en zang.
Sint Jan (de Doper) 24 juni.
Nadat de zon op zijn hoogst was, worden vanaf nu de dagen weer korter, veel planten zijn uitgebloeid en dragen vrucht. De graankorrels rijpen in de zomerzon en binnenkort eten we kersen, aardbeien, bessen en frambozen.
De kinderen vlechten kransen van grassen, we doen allerlei spelen, picknicken en verheugen ons op de zomertijd en de vakantie.
In vroegere tijden werd de langste dag o.a. gevierd door het ontsteken van grote vuren, waaromheen dan gedanst werd, waar men in extase deze dag vierde. Het vuur is reinigend en door erover te springen, “reinigt” het jou misschien ook wel en wat we als geestelijk gedachte-goed verwerven, moeten we in het aardse leven van alledag proberen te realiseren in ons handelen. Maar daarvoor is moed, zelfkennis en bewustzijn nodig en dan komen we weer bij het begin van dit verhaal: Michaël, de boodschapper van Christus. De weegschaal is in evenwicht en zo wordt ketting van jaarfeesten gesloten.
We beëindigen dit deel met een toepasselijk gedicht:
Hoogzomer.
Aan de bloesemkroon,
aan de bron van alle vreugd,
laaft zich de vlinder.
Wie hier nu rondzweeft
vliegt van bloem tot bloem en hij
telt alle bloesems.
Zomerse luchten:
laaf ons met uw vogelzang
uit pure blijheid.
Zonnige dreven:
alles wat er nodig is
spijzigt ons vandaag.
Zing en schenk, velden,
zoals gij u uitstrekt, nu
ruimte aan allen.
(Meta van Ijzer. )
De jaarfeesten als onderdeel van ons leerplan.
Een van onze uitgangspunten is, dat het kind in het kort de ontwikkeling van de mensheid doorloopt. Dat vinden we ook terug in het vieren van de jaarfeesten. We maken onderscheid tussen kinderen tot het negende à tiende jaar en kinderen die ouder zijn. Tot de leeftijd van ongeveer 9 jaar beleeft het kind zichzelf één met zijn omgeving; hij gaat daarin helemaal op en het is belangrijk, dat het kind ervaart: de wereld is goed, mooi en waar. Daarom laten we het kind de feesten ook beleven op veel verschillende manieren: door zang, dans, toneelspel, verhalen en het maken van dingen. Dit is uitstekend in te passen in het lesprogramma en omdat de feesten hun eigen ritme hebben, helpt het de kinderen in hun ontwikkeling. De kinderen komen helemaal in de stemming en al doende leven ze zo naar het feest toe; de voorbereiding is een zeer wezenlijk onderdeel ! In deze leeftijdsfase wordt hun alles nog geschonken; de ouders en de kinderen uit de hogere klassen helpen indien nodig. Vanaf de vierde klas worden de feesten anders gevierd; meestal zijn deze kinderen te groot voor de palmpaasstok, de knol en de adventstuin, maar in plaats daarvan krijgen ze een andere rol; ze helpen in de lagere klassen bij de voorbereidingen of assisteren bij het feest zelf. Het valt op, dat ze zoiets heel graag doen. Daarnaast kun je nu wat vertellen over de achtergronden van de feesten en ze in een historisch kader plaatsen. Voor de kinderen vallen de dingen ineens op hun plaats; ze kijken met andere ogen naar de jaarfeesten, zeker als je relaties legt met andere culturen en religies. Ze realiseren zich, dat het vieren van feesten, gekoppeld aan het jaarritme, op vele plekken op de aarde plaatsvindt en op veel verschillende manieren. Ook voor deze leeftijd zijn er veel verhalen beschikbaar om een goede stemming in de klas te krijgen.
Hopelijk hebt u, als “beginnend” of “gevorderd” ouder door dit verhaal meer inzicht gekregen in het omgaan met de jaarfeesten. Wij houden ons aanbevolen voor reacties en suggesties en geven u tot slot een literatuurlijst, niet alleen over de achtergronden maar ook wat betreft verhalen, liedjes, knutseltjes.
M. Duif.
Literatuurlijst.
Algemeen:
Boeken met het accent op het ‘waarom’ van de feesten:
M. Anschutz : Omgaan met de jaarfeesten.
B. Barz : Jaarfeesten vieren met kinderen.
E. Bock : De jaarfeesten als kringloop door het jaar.
M. Ortmans : Wees stil mijn hart.
H. Sweers : Jaarfeesten.
F. Tak : Van herfst tot zomer (net verschenen)
Boeken met het accent op de praktische beleving:
E. Beskow : Het jaar rond (prentenboek)
G. Dreissig : Het goud van de armen (verhalen)
C. Kutik : Leven met het jaar (verhalen,liedjes,knutsels)
I. Verschuren : Drie delen (verhalen)
Knutselboeken:
T. Berger : Diverse deeltjes rond een jaarfeest.
M. v. Leeuwen: De Seizoenentafel.
C. Petrash : Met het oog op de natuur.
A. Westland : Creatief met natuurlijke materialen
Muziek:
B. Gradenwitz: De Gouden poort (ook op CD)
B. Gradenwitz: Ik ben een zeemanskind (net verschenen+CD)
Spreuken, gedichten en liedjes voor kinderen (o.a. R. Steiner)
De vereniging voor Vrije Opvoedkunst geeft eenvoudige boekjes uit met verhalen, wat achtergrond, knutsels gegroepeerd rond een jaarfeest.
Verder zijn er diverse (prenten)boeken waarin een bepaald jaarfeest centraal staat. We doen een greep;
E. Beskow : Okke, Nootje en Doppejan en vele anderen
E. van Dort : Fleur en Thomas (leesboek)
G. Dreissig : Het licht in de lantaarn (adventskalender in verhalen)
L. v. Geffen : Van lente tot zomer
L. v. Geffen : Van herfst tot winter (kartonboekjes)
L. Koopmans : Kan ik er ook nog bij?
F. Langeler : Wortelkindertjes, Sterrenkindertjes, Zomerfeest, en
Sinterklaas
D. Monson : Winterlicht en Lentefeest
A. Vermeer : Het land achter de bergen
A. Vermeer : Zomerland (leesboeken)